Verspreid over het jaar worden voor de leden van de NVMAC drie à vier studie-bijeenkomsten gehouden. Behalve dat een of enkele onderwerpen diepgaand aan de orde komen, bieden deze dagen de aanwezigen volop gelegenheid onderling ervaringen uit te wisselen. Voorts verschijnt 4 à 5 keer per jaar het Contactblad. Deze periodiek bevat artikelen en wetenswaardigheden die stammen van de leden, van donateurs of van buiten de Vereniging. Leden van de NVMAC publiceren overigens regelmatig in binnen- en buitenlandse vakbladen. Op internationale congressen zijn leden van de NVMAC graag geziene sprekers. In de loop der jaren organiseerde de NVMAC enkele grote symposia waarbij het strikte vakgebied werd overschreden.
Wij noemen: Het Tentoonstellen (KUN 1969), AV - wat doen we ermee? (EUR 1974) en Mens en Communicatie (KUB 1979). DIA’82 door de NVMAC samen met universitaire instituten van de RUU georganiseerd en het symposium over Medische Illustratie (1985), liggen op een andere lijn: zij bundelen kennis en geven de deelnemers de mogelijkheid op de toekomst in te spelen. Van weer andere orde was het 1992 symposium ‘VAN MIJ…!’ in het Academisch Ziekenhuis Utrecht; deze bijeenkomst sneed de problematiek aan van de privacy en het medische beeld.
In 1997 gaf de NVMAC, in het verlengde van dit symposium het boek “Privacy -een kind van vele ouders” (ISBN 90-9010464-X) uit.
Al sinds het begin heeft de NVMAC zich grote inspanningen getroost om de opleiding Medisch Fotograaf gestalte te geven. Dat heeft geresulteerd in een aantal cursussen die leiden tot het verkrijgen van het Certificaat Medisch Fotograaf. Dit Certificaat geeft het recht ingeschreven te worden in het in september 1986 ingestelde Register Medisch Fotograaf (RMF); het toezicht daarop berust overigens bij het Bestuur van de NVMAC.
De NVMAC is inmiddels uitgegroeid tot een organisatie bij fundamentele discussies over specifieke beroepsbelangen; tevens geeft de NVMAC raad bij de bouw en het opzetten van foto-, film-, en video-afdelingen in medische instellingen. Het feit dat de NVMAC geen binding heeft met welke overheidsinstelling dan ook, is daarbij van voordeel. De binding met commerciële organisaties beperkt zich tot het donateurschap met een gefixeerde jaarlijkse bijdrage. De leden van de Vereniging zijn - zoals de Statuten omschrijven - natuurlijke personen die uit hoofde van hun bevoegdheid of van hun functie direct bij de geneeskunde betrokken zijn. Gezien de complexiteit van de moderne kennisoverdracht, is het bestuur van mening dat men de interpretatie van deze omschrijving ruim moet nemen. Overigens kan men het lidmaatschap bij het secretariaat van de NVMAC aanvragen.
De Vereniging ontstond omdat artsen en fotografen die medische beelden vastlegden, merkten dat hun werk speciale eisen stelde aan apparatuur en materiaal. Daarom werd daar vooral na de oprichting onder leiding van de longarts H. Lubbers [Heerlen]
veel aandacht aan besteed. Waar potlood en papier nog niet konden worden gemist, voegden zich ook de anatomische tekenaars bij de vereniging. Later, onder het voorzitterschap van de bekende Amsterdamse gynaecoloog en medisch filmer dr Hans Versteeg, poogde de NVMAC de Medische fotograaf verder te profileren en hem een vaste plaats in de gezondheidszorg te geven.
Een eigen opleiding - uiteindelijk gerealiseerd in een aantal curricula die voortbouwen op een beroepsopleiding - leidde tot het inrichten van het Register Medisch Fotografen. De leden die in dat Register voorkomen zijn gerechtigd de letters RMF achter hun naam toe te voegen. Na het verscheiden van Versteeg [1987] werd het roer overgenomen door de patholoog-anatoom Jep Spaas uit Rotterdam. Onder zijn leiding voltrok zich wellicht de grootste technologische ommezwaai in de geschiedenis van de foto en film: van beeld op een gevoelige laag naar het digitale beeld. Het spreekt voor zich dat dit gepaard ging met een zeer grote verandering in de aard van de werkzaamheden - hoewel die strikt genomen hetzelfde bleven! De fotografie dient de medische wetenschap door bijvoorbeeld de stand van zaken vast te leggen zodat daar later geen discussie over kan ontstaan. Maar de beelden worden ook gebruikt om anderen te informeren. Daarnaast maakt men afbeeldingen van dingen en processen die te klein zijn om waar te nemen of die zich te vlug voor de menselijk oog voltrekken. Tenslotte dienen de verkregen afbeeldingen dikwijls als start voor een vervolgonderzoek.
Zo kwamen de medische beelden die de Engelsman Cheselden in 1780 minutieus vastlegde, via de eerste medische foto's in 1842 van Donné in de Charité [Parijs] en de bewegingsexperimenten van Muybridge tot volle wasdom. Elk van de honderden kleine ontdekkingen en verbeteringen aan camera’s en gevoelig materiaal, kreeg steeds weer zijn eigen betekenis voor het fotograferen en filmen van ziekten, aandoeningen en geslaagde of mislukte genezingen. In het centrum van de ontwikkelingen van de laatste halve eeuw vervullen de Engelse IMI en de Nederlandse NVMAC een uitermate belangrijke rol. Het is dan ook niet verwonderlijk dat van hun het initiatief uitging voor de oprichting van een Europese federatie die zich bezighoudt met het wetenschappelijke beeld in uitgebreide zin.